JewishCom.be

Home / Niewsberichten / Eerste pagina / Herdenking Aanval Twintigste Konvooi - Boortmeerbeek 15 mei 2011

Toespraak van Michel Laub, voor de Joodse Gemeenschap

Op uitnodiging van de gemeente Boortmeerbeek, zijn wij hier allen, traditiegetrouw, samengekomen om ons te bezinnen over het gebeuren tijdens de tragische periode van W.O.II, over de Sjoa - de genocide van het Joodse volk - de genocide van de Zigeuners, de misdaden tegen de mensheid, essentie van de nazi-ideologie, en het bijzondere gebeuren van 19 april 1943, namelijk het uitbarsten van de opstand van het Getto van Warschau en, hier nabij, de aanval op het Twintigste Konvooi.

Aan de Burgemeester en het Schepencollege van Boortmeerbeek, aan Dhr. Marc Michiels die, sedert het heengaan van wijlen Robert Korten, op een voortreffelijke wijze de organisatie waarneemt van deze jaarlijkse plechtigheid, alsook aan al diegenen die voor de kwaliteit en het succes zorgen van de plechtigheid : onze oprechte dank.

Zij zorgen er dan ook voor dat de herdenking elk jaar een ander thema in het licht stelt. Dit jaar gaat het over : “Een spoor van herinnering” en, meer bepaald, over « De kunst van het herinneren ».

Graag signaleer ik hier ook hoezeer het verhaal van de aanval op het Twintigste Konvooi ondertussen wereldbekend is geworden.  Het komt nu in verschillende musea voor, o.m. in Yad Va’Sjem te Jeruzalem en in het Holocaust Museum te Washington.

Saint-Exupéry legt in « De kleine prins » de volgende woorden in de mond van de vos : « Het essentiële is onzichtbaar voor de ogen ».

I.v.m. de Sjoa, heeft men het vaak over het onzegbare of het onuitsprekelijke. De middelen om toch een correct beeld van het gebeuren te verkrijgen is dan het bijeenbrengen en vergelijken van verschillende media die elkaar kunnen aanvullen, zoals : archiefmateriaal, getuigenissen, geschriften, foto’s, films,…

Deze media zijn echter niet steeds voorhanden.

Anderzijds is het, dacht ik, ook belangrijk om erop te wijzen dat het objectieve en - soms - koude verhaal van de gebeurtenissen een essentiële dimensie verzwijgt, namelijk de ruimte van de menselijke emoties.

Eén van de componenten van de ontmenselijking van de slachtoffers door de nazi’s was de vernietiging van hun persoonlijkheid - denk b.v. aan het nummer dat de slaven getatoeëerd kregen op hun voorarm in Auschwitz - het totaal uitwissen van gevoelens, maar ook de definitieve verbrijzeling van enige vorm van cultuur.

Graag wil ik in dat verband de ruime definitie aanhalen van het begrip “verzet” die in het museum van de kibboets Lokhamei ha’Getaot voorkomt, kibboets en museum die door overlevenden van het Getto van Warschau in het noorden van Israël werden opgericht.

Ik citeer :

clandestien een stuk brood verkrijgen, was verzet bieden

in ‘t geheim lesgeven, was verzet bieden

de mensen op de hoogte brengen en zodoende hun illusies wegnemen, was verzet bieden

Thorarollen redden, was verzet bieden

valse papieren vervaardigen, was verzet bieden

documenten verbergen en de kroniek van de gebeurtenissen consigneren, was verzet bieden

een hand reiken aan deze die het nodig had, was verzet bieden

Volgen daarop de specifieke punten die verband houden met gewapend verzet.

Deze definitie kunnen we, logischerwijze, aanvullen :

-  muziek componeren of uitvoeren, was verzet bieden

-  tekenen, schilderen, beeldhouwen, was verzet bieden

-  toneel spelen, was verzet bieden

-  schrijven, was verzet bieden

Namelijk verzet tegen de nazistische pogingen van ontmenselijking van hun slachtoffers door, onder meer, ontvreemding van alle vormen van cultuur.

Het is merkwaardig hoe vaak dergelijke gebaren van verzet zich hebben voorgedaan, namelijk in getto’s en kampen. In de grote getto’s zoals die van Warschau of Lodz, maar ook anderen, werden al deze vormen van verzet vastgesteld.

Eén van de meest bekende voorbeelden is uiteraard het culturele leven in Terezin. Het officiële werk dat in 2002 door het Terezin Memoriaal is uitgegeven over de permanente tentoonstelling die ter plaatse wordt gehouden, draagt een betekenisvolle titel : “Art against Death” , ” Kunst tegen de dood”.

Dames en Heren, Beste Vrienden, ik denk dat men het niet beter kan uitdrukken. De talrijke kunstenaars die, o.m.  joodse slachtoffers waren van de Sjoa en die deze door hun creatief genie in beeld brachten, “beeld” in de breedste zin van het woord, door muziek, tekeningen, schilderijen, beeldhouwwerk, toneelstukken of gedichten, realiseerden zodoende de meest verbluffende uitdaging tegen de nazistische barbaarsheid :

-  door “mens te blijven” en zich ver boven de vernedering te verheffen die in de Hitleriaanse bedoelingen lag ; dus door het verzetsaspect, zoals al eerder aangehaald

-  door “sporen van herinnering” te vormen, dus door het ontbrekende foto-en-film-materiaal te vervangen ;

ik denk hier, b.v. , aan de tekeningen van Irène Awret, die een belangrijke plaats in het JMDV innemen omdat zij het allerdaagse leven in het verzamelkamp Dossin op merkwaardige wijze illustreren en hierdoor de ontbrekende foto’s efficiënt compenseren.

We mogen trouwens nooit vergeten dat de nazi’s alle sporen van hun misdaden wilden uitwissen. Dit tegengaan was dus duidelijk eveneens een verzetsdaad

-   kunst bleek ook het middel te zijn om het onzegbare, het      onuitsprekelijke van de nazi-misdaden te omzeilen.

Denk aan de cynische uitlatingen van de beulen aan het adres van de gedetineerden : “zelfs indien het onwaarschijnlijke zou voorkomen en sommigen onder jullie aan de dood zouden ontsnappen, dan zouden zij toch niets kunnen waarmaken, omdat de wereld hen niet zal geloven”

Dames en Heren, “de wereld” heeft het inderdaad moeilijk gehad met de mondelinge getuigenissen van de overlevenden.

En hier opnieuw zouden de talrijke kunstwerken van de moedige kunstenaars het heil worden.

Om nog maar alleen het veld van de klassieke muziek aan te halen, mogen we talrijke joodse componisten citeren, wiens muziek door het nazibewind als “ontaard” werd bestempeld, maar die eigenlijk werk hebben achtergelaten, waarvan een deel tot de meesterwerken behoren van de muziek van de twintigste eeuw.

Namen zoals Karel Reiner, Rafaël Schächter, Hans Krasa, Pavel Haas, Gideon Klein, Viktor Ullmann, Karel Ancerl, en nog talrijke anderen, zullen lichtpunten blijven betekenen  in de tragische duisternis van de jaren 1933 - 1945.

We mogen ook niet de kindertekeningen vergeten van de getto’s.

En, evenmin, de levenswerken van beroemde en bekroonde auteurs zoals Elie Wiesel, Primo Levi, Jorge Semprun, Imre Kertesz, en nog anderen, die allen de hel hebben gekend van de nazikampen en zulke wereldberoemde hoogstaande getuigen zijn geworden.

Om nu even terug naar België te keren, kunnen we uiteraard op de overbekende schilder Felix Nussbaum onmogelijk geen accent leggen.

Of op Jacques Rozenberg, die op 1 augustus 1999 overleed. Musicoloog Jacques Rozenberg was de voormalige directeur van de centrale Brusselse Mediatheek. In zijn jeugd studeerde hij viool. Maar zijn studie werd onderbroken door de oorlog. Vanwege zijn verzetsactiviteiten bij de ondergrondse pers, werd hij in april 1943 gearresteerd, op enkele dagen na op de dag van de aanval op het twintigste konvooi.

Als jood werd hij op 31 juli 1943 naar Auschwitz gedeporteerd met het XXIste konvooi. Hij heeft dus Auschwitz meegemaakt, dan de Dodenmars en verschillende andere kampen, en werd in Dachau bevrijd.

Hij was niet meer in staat om een viool te bespelen, maar de liefde voor muziek bleef zij hele leven beheersen. Hij begon te schrijven, vervolgens te schilderen.

Zijn teksten zijn aangrijpend. En sprekend. Vaak gewoon enkele woordjes.

Ik lees uit zijn werk :

Hoe in godsnaam

Na de jaren in het kamp

Heb ik die loden last gedragen

En ben niet bezweken

Aan het niet meer denken,

Aan het niet meer spreken.

Gelukkig hebben ze mijn muziek niet afgepakt.

Een andere korte tekst:

Het doet goed, weer een dag te ademen, en misschien nog een dag - en nog één…

Ademen om te schilderen , schrijven, weg van de walging van het heden.

Zo heb ik mijn leven overschilderd en beschreven

Geschreven en overschilderd soms het leven

In kleuren en landschappen die ik droomde.

Hoop !

En nog dit :

Je handen vuil maken met schilderen

Om ze niet vuil te hoeven maken met leven.

Alles doen om het leven mooier maken en ten goede te keren,

Want het is ons enige ware goed.

Vandaag blijft de kunst aan het woord. Kunstenaars zoals Francine Mayran, voorname gast bij deze herinneringsplechtigheid, hebben ons nog veel te leren. Mevrouw Mayran heeft, gelukkig maar, de gruwelen van W.O.II niet persoonlijk beleefd. Met haar werk is zij echter wel een belangrijke getuige geworden van de Sjoa. Hoe en waarom gaan we zelf ontdekken met de tentoonstelling van haar werk.

Dames en Heren,

Als slotwoord, moet ik iets van mijn hart kwijt dat tijdens de voorbije week gebeurd is.

U herinnert zich dat in 2004 de Belgische Senaat het SOMA de opdracht had gegeven om een grondige studie uit te voeren i.v.m. de verwikkeling van de Belgische overheden in de vervolging van de joden in België gedurende W.O. II. Het verslag hiervan, dat meer dan 1 100 pagina’s telt, werd dan in 2007 door het SOMA uitgegeven, onder de titel  : “Gewillig België”. De titel alleen is al, dacht ik, erg veelzeggend.

Ten gevolge hiervan, verwachtte o.m. de joodse gemeenschap van ons land dan ook een doorslaggevende reactie van de hedendaagse Belgische overheden. We stellen ons de vraag :  hoe kan men met het schuldige verleden van zijn voorgangers gewoon rustig verder doen, alsof er niets was gebeurd en bewezen, zonder een gigantische erkenning van de historische waarheid door de verantwoordelijken van de Staat, en dit op alle niveaus ?

En Dames en Heren, wat is er uiteindelijk vorige week, en ook in de Senaat, gestemd ?

We lazen vrijdag in de pers :

” De Senaat heeft voor het eerst een wetsvoorstel over amnestie in overweging genomen. Dat gebeurde met 30 stemmen tegen 26. Alle Vlaamse partijen - op Groen! na - stemden voor, de Franstalige partijen waren tegen.

Als we het uitblijven van het nationale mea culpa in overweging nemen en we het naast deze laatste aflevering plaatsen van de zo vaak herhaalde poging van extreem-rechts die nu, opeens, de eensgezindheid van alle Vlaamse partijen, op één na, bereikte, dan kunnen we ons hier, vandaag in Boortmeertbeek, de vraag stellen: WAAROM ?

Michel Laub,

Voor de joodse gemeenschap.